Conceptversie — wordt geredigeerd vóór publicatie

Thuisbatterij of dynamisch contract?

Peildatum 13 juni 2026

Nu salderen stopt, duikt overal hetzelfde advies op: koop een thuisbatterij. Logisch — een batterij slaat je zonnestroom op voor 's avonds, zodat je hem niet voor een habbekrats hoeft terug te leveren. Maar een batterij kost al gauw 4.000 tot 7.000 euro. Een dynamisch contract kost niets extra's. Dat verandert de vraag.

Wat een dynamisch contract eerst doet

Een dynamisch contract pakt het laaghangende fruit gratis. Je levert nog steeds terug, maar tegen de beursprijs in plaats van vrijwel niets. En je verschuift wat je kunt — auto, was, boiler — naar goedkope uren. Voor de meeste huishoudens is dat de eerste, goedkoopste stap. Begin daar.

Pas als je véél teruglevert — grote installatie, klein of overdag leeg huis — wordt een batterij interessant. Dan vang je met opslag op wat je anders bijna gratis weggaf.

Een ruwe terugverdientijd

Stel: je levert 2.000 kWh per jaar terug die je met een batterij grotendeels zelf zou gebruiken in plaats van afnemen. Het verschil tussen afnameprijs en terugleverwaarde is ruwweg 25 cent per kWh. Dat is zo'n 500 euro per jaar aan vermeden kosten — bij volledige benutting. Een batterij van 5.000 euro verdient zich dan in een jaar of tien terug, vóór onderhoud en degradatie. Lever je de helft minder terug, dan wordt het twintig jaar. Dat is geen nee, maar wel: reken eerst.

De volgorde die wij adviseren

Eerst je contract op orde: dat kost niets en levert vaak het meeste op. Dan kijken hoeveel je écht teruglevert. En pas dán, bij veel teruglevering, een batterij overwegen. Onze check zet die eerste stap voor je — en zegt er een rustige batterij-zin bij als jouw teruglevering hoog genoeg is om erover na te denken.

Lees ook

Wat kost het einde van salderen jóú? Zeven vragen, twee minuten.

Doe de check

Bronnen

  • EPEX-uurprijzen juni 2025 – mei 2026
  • Indicatieve marktprijzen thuisbatterijen 5–10 kWh, juni 2026
  • Helderwatt-rekenmotor — de volledige som staat op /hoe-wij-rekenen